Heidegebied beheren brengt sprinkhanen terug

Het schavertje (Stenobothrus stigmaticus), een van de acht indicatorsoorten die terug zijn van weggeweest in de Brugse heide. (Foto: Gilles San Martin, Wikimedia Commons)
14/07/2020
Heidegebied beheren brengt sprinkhanen terug
post by
Reinout Verbeke

In de heide rond Brugge hoor je weer meer sprinkhanen. Hun comeback betekent dat het herstellen van heidegebieden loont.

Het noorden van West-Vlaanderen had rond 1775 nog 9.000 hectare heide, ruim twee keer meer dan de bekende Kalmthoutse heide vandaag. In 2002 bleek er tussen Jabbeke en Aalter maar 38 hectare meer van over. Maar vandaag wordt de heide rond Brugge uitgebreid hersteld: door stukken af te graven en er schapen te laten grazen. Zo ga je verbossing en vergrassing tegen.

En kijk: de rode dophei, gewone dophei en struikhei breiden er weer uit. En daar profiteren ook de typische heide-insecten van, zoals sprinkhanen en veldkrekels. Dat stellen medewerkers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen vast, die sinds 2014 de Brugse heide intensief bemonsteren.

Op 40 sites in 15 verschillende heidegebieden zijn insectenvallen geplaatst. Die worden met de hulp van vrijwilligers om de twee weken leeggemaakt. In die vallen zitten soms onverwachte gasten, die nog nooit eerder in ons land zijn gespot: onder meer de duizendpoot Geophilus easoni en drie soorten oevervliegen (van de familie Ephydridae).

Meer sprinkhanen

‘In 2018 vonden we in de insectenvallen vijftien sprinkhanensoorten, waarvan maar liefst acht indicatorsoorten voor de kwaliteit van het heidegebied’, zegt Wouter Dekoninck, entomoloog van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Voor de volledigheid en omdat het klinkende namen zijn: het knopsprietje (Myrmeleotettix maculatus), de krasser (Pseudochorthippus parallelus), het schavertje (Stenobothrus stigmaticus), het zeggedoorntje (Tetrix subulata), de kustsprinkhaan (Chorthippus albomarginatus), de ratelaar (Chorthippus biguttulus), de bruine sprinkhaan (Chorthippus brunneus) en de snortikker (Chorthippus mollis).

Op een paar plaatsen in het natuurgebied Beisbroek is er lang genoeg bemonsterd om duidelijke veranderingen in sprinkhanenpopulaties te detecteren. Zo werd bij het begin van de staalnames, in 2014, alleen het gewoon doorntje (Tetrix undulata) gevonden. Zes jaar later is de diversiteit er al zeker vervijfvoudigd.

En het zijn er allicht nog meer. De sprinkhanen zijn een bijvangst in de bodemvallen – ingegraven glazen bokalen – die ideaal zijn om bodemkruipers te vangen. Maar de mobielere sprinkhanen vertoeven vaak hoger in de gewassen. ‘Met netten die je over de grond en vegetatie sleept, hopen we in de toekomst sprinkhanen nog beter te kunnen detecteren’, zegt Dekoninck.

‘We zijn trouwens ook op zoek naar de gouden sprinkhaan (Chrysochraon dispar, geen indicatorsoort). Hij is al gespot ten zuiden van het natuurgebied Tillegem, en gehoord in het natuurgebied zelf, maar we kregen hem nog niet in handen. Auditieve waarnemingen zijn waardevol, maar het blijft oppassen. Zo is het geluid van de gouden sprinkhaan moeilijk te onderscheiden van dat van de krasser Pseudochorthippus parallelus.

Veldkrekel: uitgezet?

Een verrassing de voorbije jaren: de terugkeer van de veldkrekel (Gryllus campestris). Deze krekel was vroeger alomtegenwoordig in de heide maar door de intensieve akkerbouw vanaf de 20ste eeuw ging de populatie sterk achteruit in Vlaanderen. De populaties zijn vandaag erg klein en komen versnipperd voor.

In 2016 is de veldkrekel opnieuw gespot in de Brugse heide, in het natuurgebied de Schobbejakshoogte. ‘Uit ons recente onderzoek blijkt de populatie het vrij goed te doen. Nimfen (jongen individuen) van de veldkrekel zijn gevonden in nabijgelegen gebieden. Dat suggereert dat de soort aan het uitbreiden is.’

‘Aangezien de veldkrekel decennialang was uitgestorven in het Brugse, vermoeden we dat de nieuwe populatie uitgezet werd. De veldkrekel krikt de plaatselijke insectendiversiteit wel op, maar we moeten we ons toch afvragen of zo’n herintroductie wel de juiste methode is. Die uitgezette populatie zal wellicht geen genetische verwantschap vertonen met de oorspronkelijke populatie van dat gebied.’

Lapjes heide verbinden

De vastgestelde sprinkhanendiversiteit vertelt ons dat het de goeie kant uitgaat met het heideherstel en -beheer in Brugge. ‘Het zal zaak zijn de inspanningen vol te houden, en ook de juiste gebieden te kiezen om opnieuw heide te creëren. Uit ons onderzoek blijkt ook dat in heidegebiedjes die ‘omsingeld’ zijn door bos en dus geïsoleerd liggen van andere heidegebieden, minder sprinkhanen leven. De insecten kunnen er vanuit de open heidegebieden moeilijk naartoe migreren. We moeten de heiderelicten met elkaar proberen te verbinden, of vermijden dat ze worden doorsneden door autowegen.’

 

De studie was het onderwerp van de scriptie van Yuri Walscharts (Hogeschool Gent).

 


 

Abonneren op Royal belgian Institute for natural Sciences News
Go to top