Research projects

01/01/2002 bis 01/02/2004

DB-ARCO: Databank of slate and coticule

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

BeschrijvingDoel: het uitwerken van een Geografisch InformatieSysteem (GIS) met geologische gegevens afkomstig van ondergrondse ontginningen van leisteen en coticula op het grondgebied van de gemeente VielsalmIn Vielsalm en omliggende gemeenten werden in het verleden leisteen en lagen coticula ondergronds ontgonnen. Deze mijnactiviteit heeft talrijke mijnplannen nagelaten. Nu worden deze plannen in een GIS-omgeving opgeslagen. Het is bijgevolg belangrijk de beschikbare informatie over geologie en mijnbouw over te nemen en te structureren. Dit werk kadert bovendien in het ontwikkelings- en herwaarderingsplan voor dit industrieel erfgoed. Dit GIS-systeem kan vele toepassingen mogelijk maken, zoals bv. de locatie van de ondergrondse ontginningen gelegen in natuurparken en het ontwikkelen van industriële archeologische sites als toeristische trekpleisters in de Hoge Ardennen.RealisatieDergelijk mijnkaarten zijn beschikbaar bij het Waalse Gewest, de Belgische staatsarchieven, het Centrum voor de Geschiedenis van Wetenschap en Techniek en de Belgische Geologische Dienst. De voornaamste gegevens, vermeld op deze kaarten, die op schaal 1:100 zijn getekend, zijn nu gescand en van geo-referenties voorzien. De omzetting in vectoren is nu aan de gang. Tenslotte worden alle geologische en mijnbouwkundige gegevens, vermeld op de oorspronkelijke mijnplannen, samengebracht in een gegevensbank.Tot de mijnbouwkundige informatie behoort de aard en de ligging van de toegangen tot de galerijen, schachten en luchtkokers, de lengte van de galerijen en de oppervlakte en het volume van de ontginningskamers, de exploitatiedata, enz.Door middel van terreinwerk zullen de cartografische gegevens vergeleken worden met de werkelijke topografie. Bij dit onderzoek zal gebruik gemaakt worden van:GPS-positiebepalingen van de ingangen van de galerijen, schachten en luchtkokers,plaatsbepaling van de mijnbouwinfrastructuur,plaatsbepaling van mogelijke mijnverzakkingsgebieden in en rond ontgonnen zones, enz.Het BD-ARCO-project concentreert zich in deze eerste fase op de ondergrondse leisteen en coticula-ontginningen op het grondgebied van de gemeente Vielsalm. De figuur toont de ontginningen van coticula (geel) en leisteen (blauw). In latere fase kan dit uitgebreid worden tot andere ontginnings gebieden in België.
GETSCO
01/02/2000 bis 01/02/2004

GESTCO: Geological Storage of CO2

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

DoelstellingEr is een groeiende wetenschappelijke consensus dat de CO2 uitstoot door verbranding van fossiele brandstoffen kan bijdragen tot een toename van het broeikaseffect en dat menselijke invloed op het klimaat ongewenst is. De Belgische overheid heeft daarom het Kyoto protocol geratificeerd en zich geëngageerd om tegen 2008-2012 de CO2-uitstoot in België met 7,5% te verminderen t.o.v. het referentiejaar 1990. Dit betekent een vermindering met 25 miljoen ton, daar waar de industriële sectoren die voor emissiereducties in aanmerking komen gezamenlijk 55 miljoen ton per jaar voortbrengen. Een te zware opgave voor het huidig beleid, dat gericht is op rationeel energiegebruik en verhoogde energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen (werkelijk aandeel in de Belgische energieproductie amper 1%, het laagste percentage in Europa), vermindering van de koolstofintensiteit (door overschakeling van steenkool op aardgas dat minder CO2 vrijgeeft bij verbranding), waarbovenop de geleidelijke afbouw van de kerncentrales komt. Daarom zal opvang en berging van CO2 weldra een onvermijdelijke optie worden. De BGD wil hiertoe bijdragen door studie van het potentieel voor berging van CO2 in de Belgische ondergrond.RealisatieIn het kader van het GESTCO project, opgezet door EuroGeoSurveys, en in samenwerking met VITO werden ondergrondse reservoirgesteenten voor berging van CO2 onderzocht. Geschikte reservoirs zijn bijvoorbeeld diepe verzilte grondwaterlagen zoals de Onder Carboon kalksteen in de provincie Antwerpen of de onontgonnen steenkoolreserves en de gesloten steenkoolmijnen in de Limburgse Kempen en in Henegouwen. Deze laatste bieden extra voordelen omdat berging van CO2 er gepaard kan gaan met milieuvriendelijke winning van energie zoals gestimuleerde methaanrecuperatie of aftapping van aardwarmte in de gesloten mijnen. Wegens de geringe diepte van de Belgische reservoirs was het nodig heel wat aandacht te besteden aan nog maar slecht gekende thermodynamische aspecten van CO2-injectie (fase-overgangen, oplossing en adsorptie). Duurzaamheid en veiligheid van geologische berging moeten gegarandeerd worden over periodes van duizenden jaren. Vergelijking met seizoensmatige opslag van aardgas in dezelfde reservoirs geeft aanwijzingen dat de voorwaarden hiertoe gunstig zijn. Verder onderzoek zal daarom gericht worden op de kwaliteit van de afsluitende laag, bestaande uit Krijtgesteenten. Daarnaast wordt het tijd om demonstratieprojecten uit te werken, die goedkope bronnen van geconcentreerd CO2 verbinden met snel vulbare reservoirs, gekenmerkt door hoge natuurlijke of geïnduceerde permeabiliteit.Verwante activiteitenNabestemming gesloten steenkoolmijnen: milieu-impact en nieuwe mogelijkhedenAMM mijngas uit gesloten steenkoolmijnenCBM koollaag-methaangas winningCO2 aardwarmte in mijnenCAES perslucht energiesystemenondergrondse opslag van koude/warmte, afvalstromen, aardgasexploratie van koolwaterstoffen
La Calamine
01/01/2000 bis 01/01/2002

La Calamine

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

01/01/1998 bis 31/12/2018

Geological map of Wallonia

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Nieuwe geologische kaart van Wallonië op schaal 1:25.000DoelstellingenDe eerste reeks gedetailleerde geologische kaarten van België op schaal 1:40 000 werd gerealiseerd in de periode 1890-1919. Een nieuwe geologische kartering drong zich op omdat er intussen nieuwe informatie en andere aandachtspunten zijn, waaronder ruimtelijke ordening, grondwater en het beheer van natuurlijke rijkdommen. De bevoegdheid over de ondergrond is nu een gewestelijke materie en het is dan ook het Ministerie van het Waals Gewest dat in 1989 een geologische kartering opstartte met een voorziene tijdsduur van 30 jaar. Dit ambitieuze programma maakt het mogelijk de archieven van de geologische kaart, bewaard op de Belgische Geologische Dienst, te actualiseren en aan te vullen en op te nemen in een gegevensbank die via een geografisch informatiesysteem zal kunnen geraadpleegd worden op de website van de "Direction Générale des Ressources Naturelles et de l'Environnement (DGRNE)" van het Waalse Gewest.Dit programma voorziet ook in de opmaak en de verkoop van geologische kaarten op schaal 1:25 000 met toelichtende nota's.UitvoeringDe geologische kartering wordt uitgevoerd door 5 ploegen van 2 veldgeologen en een technische ondersteuningsploeg, toegevoegd aan verschillende wetenschappelijke instellingen: Université Catholique de Louvain (UCL), Université Libre de Bruxelles (ULB), Université de Liège (ULG), Faculté Polytechnique de Mons (FPM), Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). De nieuwe geologische opname van Wallonië behelst verschillende stappen. Vooreerst worden alle bestaande gegevens, verzameld sinds de opmaak van de eerste geologische kaart, geïnventariseerd.Vervolgens wordt er op systematische wijze geologisch terreinwerk verricht. De gegevens over alle waarnemingspunten worden opgenomen op ontsluitingskaarten en technische steekkaarten per ontsluiting, en verwerkt in werkdocumenten op schaal 1:10 000 om vervolgens op schaal 1:25 000 gepubliceerd te worden. Het onderliggende resultaat is een digitale gegevensbank. 
01/01/1993 bis 31/12/2018

The Pleistocene fauna in Palaeolithic sites: the human-animal connection

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

Seiten

Go to top