KAUFEN SIE IHRE TICKETS ONLINE

TICKETS !

 

Richtlinien für Besucher

Research projects

01/01/2007 bis 31/12/2014

Archaeosciences applied to sites in the Brussels Capital Region

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/01/2007 bis 31/12/2012

Geopark in Vietnam

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Beleid- en onderzoeksstructuur voor geopark-ontwikkeling in NE VietnamEen Geopark is een plaats of een territorium met welomschreven geologische erfgoedwaarde van internationale betekenis. Het is een welomlijnd gebied, voldooende groot om een duurzaam economisch ontwikkelingsproject, doorgaans gebaseerd op toerisme, toe te laten. Geoparks bezitten dikwijls indrukwekkende landschappen die erg aantrekkelijk zijn voor toeristen. Naast esthetische aantrekkingskracht is het de bedoeling hiermee ook een beter begrip op te wekken voor de geschiedenis van de aarde en vaak ingenieuze wijze waarop de natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt.Een succesvol Geopark versterkt de band tussen de bewoners en de plek waar zij wonen door plaatselijke werkverschaffing en culturele ontplooiing. Geoparken staan voor een holistische politiek van erfgoedbehoud door zowel de wetenschappelijke, natuurlijke als culturele aspecten van dit erfgoed te belichten, beschermen en promoten onder de Geopark merknaam.Naast een blijvend aspect van uitwisseling en vorming van studenten, werd in 2010 vanuit de Belgische Geologische Dienst bijgedragen tot de definitie van de geo-erfgoed waarden, de opdracht van het management team, de formulering van een opleidingsprogramma en uitwerking van het erkenningsdossier als lid van Global Network of Geoparks status voor DVKP. Het vierde jaar van het geoparkproject werd bekroond door realisatie van de voornaamste doelstelling: erkenning van Dong Van Karst Plateau Geopark als lid van het Global Network of Geoparks onder de auspiciën van UNESCO. Dit werd voorafgegaan door de oprichting van een nationaal geopark in september 2009 en de aanvraag bij UNESCO in november 2009, herziening van het aanvraagdossier, voorbereiding van de assessment door UNESCO experten, samenstelling van folders en van geosite-fiches.Dong Van Karst Plateau (DVKP), een bergstreek gelegen in het uiterste noorden van Vietnam, is het eerste en vooralsnog enige geopark in Vietnam, pas opgericht in September 2009. Dank zij het label ‘Global Network of National Geoparks’ (GGN) biedt UNESCO sinds 2001 officiële ondersteuning van nationale initiatieven voor bescherming en opwaardering van het geo-erfgoed. Het Global Geoparks Network Bureau erkende DVKP als medelid op 3 oktober 2010 tijdens de 9th European Geoparks Conference in Lesbos, Griekenland. Het GGN heeft nu 77 leden in 24 landen, geconcentreerd in Oost Azië en Europa (behalve Benelux).Lidmaatschap van GGN is een erkenning van het adembenemende landschap, de vele geo-waarden en de goedbewaarde traditionele cultuur van DVKP. Maar dit is mogelijk gemaakt dank zij het werk van het ‘Vietnam Institute of Geology and Mineral Resources of Vietnam’ (Ministry of Natural Resources and the Environment) en zijn Belgische partners, verenigd in het VLIR-EI project ‘Integrated capacity building through research-based geopark development in N.E. Vietnam’ (2007-2012): K.U.Leuven Onderzoeksgroep Educatie, Cultuur en Samenleving, K.U.Leuven Aard- en Omgevingswetenschappen, VU Brussel Vakgroep Hydrologie en Waterbouwkunde, en KBIN Belgische Geologische Dienst. Het is een tastbaar resultaat van 20 jaar samenwerking tussen België en Vietnam. Dit werd opgestart als een Mineral prospecting project, waarna de aandacht werd verlegd naar de arme maar mooie karstgebergten in het noorden van Vietnam dank zij een spin-off van speleologische expedities. Deze werden met VLIR-steun opgewaardeerd tot projecten van land- en waterbeheer, natuurbescherming en uiteindelijk geoparken.Dong Van karst Plateau Geopark werd voorgesteld op het 4th International UNESCO Conference on Geoparks “Global Geopark – The Natural Way Forward”, 9-15 April 2010. Langkawi, Malaysia. DVKP werd bekendgemaakt in een toonaangevend artikel in The New York Times van 27.10.2010 ‘In Northern Vietnam, a Region of Beauty and Ethnic Traditions’ door Jennifer Bleyer, gebaseerd op uitgebreide informatieverstrekking aan de auteur. Bericht over DVKP Global geopark werd ten behoeve van de Belgische geologische gemeenschap gepubliceerd in de Miscellanea Geologica van December 2010.De volgende tweejaarlijkse Asia-Pacific Geopark Network (APGN) gaat door in Hanoi, July 2011, in co-organisatie met het Belgische Geopark project. Onze bijdrage tot de doelstellingen van deze conferentie richt zich vooral op een fundamentele vraagstelling over de invloed van cultuurverschillen op de geopark ontwikkeling en de vele betekenissen van ‘geotoerisme’.
King's brain
01/10/2005 bis 31/12/2016

General structure an evolution of the brain of ornithopod dinosaurs

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

01/01/2005 bis 31/12/2014

Archaeosciences applied to sites in Wallonia

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Englisch

Englische Version

Brabant Massif subcrop map
01/01/2004 bis 31/12/2006

Subcrop map: Brabant Massif

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

Het Massief van Brabant wordt ook wel de sokkel van Vlaanderen genoemd. Het bevat de oudste afzettingen van België, tot 550 miljoen jaar oud, en is inmiddels verhard tot een massief gesteenteblok. In het grootste deel van Vlaanderen bevindt de sokkel zich op een diepte van meer dan 100 m. Enkel in het zuiden, nabij de taalgrens, komt hij lokaal aan de oppervlakte.De onderzoekers staan voor de uitdaging om zoveel mogelijk over het goed verborgen Massief van Brabant te weten te komen. Hiervoor worden waarnemingen verricht in de schaarse ontsluitingsgebieden, worden niet ontsloten gebieden verkend met diepe boringen, tracht men hypotheses te testen met geofysische methoden, en worden de historische gegevens uit onze uitgebreide archieven volop aangewend.Momenteel wordt in opdracht van het Vlaamse Gewest hard gewerkt aan een nieuwe geologische kaart van het Massief van Brabant ter vervanging van de nu 10 jaar oude kaart. In dit project zijn vijf geologen van onze dienst betrokken.België was het eerste land dat beschikte over een volledige en gedetailleerde geologische kaart. Dit karteerproject werd reeds voltooid in 1905, en de kaarten worden sindsdien regelmatig bijgewerkt. Nadat de oppervlakte van België was gekarteerd, wachtte de geologen een nog grotere uitdaging: het opstellen van kaarten van de ondergrond (subcrop kaarten).Een subcropkaart toont hoe een gebied er zou uitzien als de bovenste (jongste) afzettingen verwijderd zouden worden. Deze kaarten worden daarom veelvuldig gebruikt door bijvoorbeeld putboorders die niet enkel willen weten welke afzettingen er aan de oppervlakte voorkomen, maar ook op grotere diepte.In Vlaanderen komen voornamelijk Quartaire en Tertiaire afzettingen voor aan of nabij de oppervlakte. Afhankelijk van waar men een boring inplant, kunnen ook Krijt- en Devoonafzettingen worden aangeboord. Al deze afzettingen rusten uiteindelijk op het Onder-Paleozoïsche Massief van Brabant.Het Onder-Paleozoïcum omvat het Cambrium, Ordovicium en Siluur (zie chart).Deze afzettingen werden tijdens de Brabantse bergvorming, die zich afspeelde van het Siluur tot het Midden-Devoon, vervormd en gemetamorfoseerd. Het Massief van Brabant werd hierdoor één compacte eenheid.De gesteenten van het Massief van Brabant komen op enkele plaatsen aan de oppervlakte in het noorden van Wallonië en op twee plaatsen langs de zuidgrens van Vlaanderen. Meer in het noorden komt het Massief van Brabant op steeds grotere diepte voor: in Brussel op ongeveer 100 m, in Antwerpen op 550 m, en in Loenhout, het meest noordelijke punt waar het Massief van Brabant ooit werd aangeboord, op meer dan 1600 m.De eerste subcropkaarten waren eerder schematisch en voornamelijk gebaseerd op de informatie die verzameld werd in de ontsluitingsgebieden. Een voorbeeld hiervan is de kaart van P. Fourmarier uit 1920, die voornamelijk gebaseerd was op de eerste reeks geologische oppervlaktekaarten.De eerste auteur die de gegevens van boringen uitgebreid in een kaart verwerkte, was R. Legrand. Zijn kaart werd gepubliceerd in 1968 op een schaal van 1/300 000. Het Onder-Paleozoïcum van het Massief van Brabant bevat erg weinig macrofossielen. De ouderdom die hij bijgevolg aan de verschillende formaties toekende, was voornamelijk gebaseerd op lithologische gelijkenissen.Dit probleem werd voor een belangrijk deel opgelost door microfossielen, voornamelijk acritarchen en chitinozoa, in detail te bestuderen. Deze methode bleek uiterst succesvol voor het Siluur en het Ordovicium. Hierdoor bleek dat de veronderstellingen van Legrand over de ouderdom van formaties in een aantal gevallen niet juist waren. Deze nieuwe informatie, aangevuld met gegevens uit nieuwe boringen, werd verwerkt in een nieuwe versie van de geologische subcropkaart. Deze werd in 1992 voorgesteld, en een jaar later gepubliceerd (De Vos et al., 1993). In de publicatie werd de kaart verkleind tot A4-formaat.Na het verschijnen van deze kaart werd de structuur en vervormingsgeschiedenis van het Massief van Brabant verder onderzocht. Het stratigrafisch onderzoek werd eveneens verder gezet. Hierdoor ontstonden er nieuwe inzichten, waardoor de kaart van 1993 nu achterhaald is. Daarom wordt er momenteel gewerkt aan een nieuwe kaart die tegen het einde van 2004 voltooid zal zijn.Alhoewel de Belgische Geologische Dienst steeds betrokken is geweest bij de studie van het Massief van Brabant, wordt het huidige karteerproject gefinancierd door het Vlaamse Gewest. De nieuwe kaart zal dan ook voornamelijk het Massief van Brabant onder Vlaanderen tonen. Ook aan de andere kant van de taalgrens wordt de kaart, in opdracht van het Waalse Gewest, hertekend.
01/01/2004 bis 31/12/2006

Terrafirma

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

In november 2001 keurde het Europese Ruimteagentschap ESA (European Space Agency) het vijfjaren-programma GSE (GMES Service Element) goed, dat gewijd is aan de wereldwijde opvolging van milieu en veiligheid (GMES – Global Monitoring for Environment and Security).Het GSE heeft tot doel om beleidsondersteunende informatie beschikbaar te stellen, die hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, ingewonnen wordt door middel van verschillende aardobservatietechnieken. De eindgebruikers van GSE zullen een sleutelrol kunnen spelen in de overgang van de huidige aardobservatiesatellieten naar toekomstige Europese systemen die vitale informatie zullen leveren over globale milieu- en veiligheidsaspecten.GMES is een beslissingsondersteunend systeem voor overheidsdiensten en beleidsverantwoordelijken. Activiteiten omvatten verwerving, verwerking en verspreiding (door de nationale geologische diensten) van informatie over de toestand van het milieu en over natuurlijke en andere risico's. Binnen Europa zal GMES, via de nationale geologische diensten, aan de regionale diensten informatie beschikbaar stellen over ontwikkeling, transport, landbouw, natuurlijke rijkdommen en duurzaam verbruik. GMES kan ook aan lokale overheden ondersteuning verlenen in verband met geomilieu (geoenvironment).Het programma Terrafirma wordt gecoördineerd door Nigel Press Associates (NPA in het VK), en vormt één van de tien diensten die ondersteuning verlenen aan het ESA-GMES-programma. Terrafirma (fase 1 – 2003-2005) wil zijn activiteiten consolideren in een tweede fase van 3 jaar (2006-2008). Dit pan-Europese initiatief stelt zich tot doel, informatie te verstrekken met betrekking tot grondbewegingen en de hieraan verbonden risico's, en deze informatie via de nationale geologische diensten te verspreiden. (* Deze pagina opent in een nieuw venster)Op 13 mei 2004 ondertekende de Belgische Geologische Dienst een akkoord met Terrafirma. In 2004 (Terrafirma – fase I) ontving de Belgische Geologische Dienst de eerste te bestuderen zone in België, zijnde Brussel en omgeving. De digitale verwerking van de radarbeelden werd uitgevoerd door Tele-Rilevemento-Europa (een spin-off van de polytechnische faculteit van Milaan). In 2006 (Terrafirma - fase II) werden de radarbeelden van de tweede zone, die Luik-Visé-Maastricht en een deel van de Kempen omvat, door de groep NPA bewerkt. De radarbeelden van de Europese satellieten (ERS1, ERS2 en Envisat) die in het programma Terrafirma worden gebruikt, zijn afkomstig uit de duizenden beelden die door het Europese Ruimteagentschap sinds 1992 werden gearchiveerd.Satellietgegevens maken het mogelijk om grondbewegingen van enkele millimeters waar te nemen. De radarinterferometrie technologie is door de Belgische Geologische Dienst gebruikt om grondbewegingen in kaart te brengen, met name in stedelijke gebieden en nabij historische mijnsites.
IUAP Project photographs
01/01/2002 bis 31/12/2006

IUAP Project: The Land of Sumer and Akkad

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

"Land of Sumer and Akkad" is het project P5/14 van de Interuniversitaire attactriepolen (Fase V) van het Federaal Wetenschapsbeleid. Dit project onderzoekt de interactie tussen het paleo-milieu enerzijds en de sociale, politieke en economische ontwikkeling anderzijds in Mesopotamië gedurende de laatste 6.000 jaar. Het huidige landschap is het resultaat van een complexe evolutie vanwege veranderingen in de loop van de rivieren en de locatie van de kustlijn van de Perzische Golf. Ook de mens met zijn ingenieuse en intensieve irrigatie systemen en de drang om het water te controleren, heeft in zekere mate een rol gespeeld in deze evolutie. Om de verschillende stappen van deze landschapsontwikkeling te ontrafelen, moeten alle mogelijke bronnen gebruikt worden. Daarom vergt dit onderzoek een aanpak vanuit de volgende disciplines: Quartairgeologie, Teledetectie, Filologie en Geschiedenis.Het Team van het KBIN – Belgische Geologische Dienst onderzoekt de evolutie van het natuurlijk milieu gedurende de laatste 10.000 jaar. Het onderzoek gebeurt in het zuidelijke deel van de provincie Khuzestan (zuidwest Iran), een enorm uitgestrekte vlakte die in het zuiden begrensd is door de Perzische Golf en in het noorden en noordoosten door het Zagros gebergte. Dit gebied is het zuidoostelijk deel van de Mesopotamische vlakte. Drie belangrijke rivieren, de Karun, Karkheh en Jarrahi hebben bijgedragen tot de opbouw van deze vlakte.OnderzoeksmethodeDe recente geologie van het studiegebied werd tot op heden nog maar weinig bestudeerd. De reconstructies van de kustlijn van de Perzische Golf en de loop van de rivieren zoals ze te vinden zijn in de literatuur, zijn gebaseerd op historische bronnen en oppervlakte waarnemingen. Ze getuigen daarom ook van veel speculatie.Voor het onderzoek van het Holoceen (laatste 10.000 jaar) werden twee veldcampagnes gehouden waarbij een vijftigtal ongeroerde handboringen werden uitgevoerd (door drie vrouwen!) en enkele toevallige ondiepe ontsluitingen werden bemonsterd. Tijdens de veldcampagnes werden ook archeologische sites en irrigatie systemen gelocaliseerd en werd een controle van het landgebruik en de oppervlakte lagen uitgevoerd voor de latere verwerking bij de teledetectie. De GPS was een onmisbaar instrument om alle waarnemingen nauwkeurig te kunnen localiseren, want in die onmetelijke vlakte is geen enkel referentie punt te zien.De verzamelde monsters werden onderzocht op microfossielen en het organisch materiaal werd gedateerd met radiokoolstof. Samen met de verwerking van de boorgegevens en de resultaten van de teledetectie resulteerde dit in een reconstructie van het landschap doorheen de tijd.De voornaamste resultatenDiverse satelliet beelden werden verwerkt tot een homogene en duidelijke basiskaart, bruikbaar zowel voor het veldwerk als voor basis voor de talrijke figuren en kaarten, zoals bv. de afbakening van geomorfologische eenheden, en fossiele rivierlopen, de paleogeografische reconstructie voor vijf verschillende perioden, de localisatie van archeologische sites en fossiele irrigatie systemen.Op basis van recente satelliet beelden, oude luchtfoto’s en een 3D model van de topografie onthulde de teledetectie ook de interactie tussen de verschillende rivieren in de meest recente periode evenals de relatie tussen de rivieren, de archeologische sites en de irrigatie systemen.Voor het eerst werden in dit gebied kustafzettingen gevonden. Een getijdengebied (met slikke, schorre en sabkha) heeft er zich ontwikkeld vanaf 9.000 jaar geleden. In de loop van de tijd heeft het getijdengebied zich uitgebreid via de paleovallei van de Shatt el-Arab tot ongeveer 200 km ten noorden van de huidige kustlijn van de Perzische Golf.Het aantal dateringen is nog te gering om een curve van de zeespiegelstijging te kunnen opstellen, maar de gegevens tonen nu reeds aan dat er nooit een hogere zeespiegelstand dan de huidige geweest is. Dit is in tegenspraak met de algemeen aanvaarde resultaten uit de literatuur.Alle gegevens, zowel geologische, geomorfologische, topografische en archeologische zijn samen gebracht in een GIS. Dit bestand laat toe alle domeinen te doorkruisen en relaties op te sporen.
01/01/2002 bis 31/12/2006

IUAP Project: The Land of Sumer and Akkad

Dieses Forschungsprojekt ist nur verfügbar auf Niederländisch, Französisch und Englisch

Dutch version | French version | Englische Version

BeschrijvingDeze studie kadert in het 'Interuniversity Attraction Poles project (IUAP-DWTC), The land of Sumer and Akkad'. De hoofdprioriteit van dit IUAP-project is het verrichten van onderzoek naar de wisselwerking tussen het veranderend fysisch milieu en de ontwikkeling van sociale, politieke en economische organisaties in Mesopotamië doorheen de tijd (midden - laat Holoceen). Teneinde een beeld te kunnen schetsen van 's werelds oudste beschavingen, is een synthetische werkwijze onontbeerlijk, die de zeer talrijke en zeer verscheiden gegevens - afkomstig van verschillende disciplines zoals natuurwetenschappen, archeologie, filologie en geschiedenis - verwerkt.Meer specifiek wordt het onderzoek toegespitst op de vraagstelling van mogelijke omgevings- en ecologische impacts van veranderende sociale ontwikkelingen en landbouwsystemen evenals op het vaststellen van grote veranderingen in het fluviatiel en marien milieu van de Tigris-, Eufraat- en Karun rivieren en estuaria gedurende het Holoceen.RealisatieHet onderzoek kan opgedeeld worden in twee studiethema's:Remote sensing: aanmaak van kaarten met geografische informatiesystemen, en reconstructie van paleogeulen en gerelateerde irrigatiesystemen op basis van satellietbeelden en archeologische data. Veldcontrole is noodzakelijk voor een optimale kartering.Geoarcheologische kartering: reconstructie van paleokanalen, bepaling van de litho- en chronostratigrafie van de fluviatiele sedimenten, de beschrijving van de paleogeografie van het studiegebied, de invloed van menselijke interventies op het natuurlijk milieu. Het studiemateriaal omvat reeds bestaande geologische boringen en doorsneden, welke gereïnterpreteerd worden en in een GIS geïntegreerd worden. Bijkomende data zoals boringen, electrische resistiviteitsmetingen en monstername voor 14C dateringen zullen uitgevoerd worden tijdens terreinwerk. 

Seiten

Go to top